Overzichten
De scharensliep op deze foto leefde dan wel een paar eeuwen later dan Agran Chesnel, maar of de machine zo veel veranderd was??
Het was tot op heden niet mijn bedoeling om aparte stambomen van bepaalde families te publiceren op mijn website. In plaats daarvan had ik ervoor gekozen mijn gehele werkbestand te tonen (zie database), van waaruit iedereen die lijnen kan volgen, die hem of haar interesseren. Vandaag heb ik toch maar een begin gemaakt met een apart overzicht betreffende de familie Snel. Stamvader van deze familie is de scharenslijper Agran Chesnel, die omstreeks 1625 vanuit het Noordfranse Sedan naar Amsterdam is gekomen. Mijn grootmoeder Johanna Cornelia Snel behoort tot zijn nakomelingen. Verreweg de meesten van hen zijn tot in de 20e eeuw in Amsterdam blijven wonen. Van de families van mijn 8 overgrootouders (naast Snel zijn dat Hesselink, van de Kamer, Engberts, Veltmaat, van der Vliet, Phillipson en Duinker/Duijnker) zal ik de komende dagen soortgelijke overzichten publiceren. Maar ook van de families Stilma, van der Maade en Dotinga, die met de voorouders van mijn vrouw te maken hebben. Ik hoop daardoor de overzichtelijkheid van het genealogische materiaal te verbeteren en natuurlijk ook van de lezers correcties en aanvullingen te ontvangen!
1 opmerking:
1.
Komt vrienden in het ronde, minnaars van ener stiel:
ik zal u gaan verkonden,
hoe ik door ’t slijperswiel,
de kost verdien voor vrouw en kind,
schoon blootgesteld aan sneeuw en wind.
Refrein:
Ter lie re lom ter la! Van linksom, rechtsom draait mijne steen
door het roeren van mijn been
Ju, ju, ju, ju, ju, ju, ju
2.
De kleerfrik maakt ons kleren, voor achter stuivers per dag;
Wil hij den loon vermeren,
hij snijdt meer dan hij mag.
Maar ik met mijne slijperssteen,
ik win meer op een uur alleen
Refrein:
3.
De maalder moet graan malen,
tot in het fijnste meel;
Hij doet dubbel betalen,
voor zijne droge keel.
Maar ik door iever en door vlijt,
Ik win mijn brood in eerlijkheid
Refrein:
4.
Sa vrienden voor het leste:
all’ ambachten zijn goed;
Maar ’t mijn is toch het beste, schoon ik soms slapen moet
Op hooi en strooi in enen stal,
Dan heb ik kost voor niemendal.
Refrein:
Een reactie plaatsen